ECLI:NL:HR:2014:2889

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2014
Publicatiedatum
2 oktober 2014
Zaaknummer
14/01098
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag 2006

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 23 januari 2014, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Breda werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2006.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en liet belanghebbende de zaak toelichten door zijn advocaat. Na beoordeling van de ingediende middelen oordeelde de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad stelde vast dat er geen gronden waren voor het opleggen van proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Schaap (voorzitter), Fierstra en Groeneveld, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren, op 3 oktober 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

3 oktober 2014
Nr. 14/01098
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s‑Hertogenboschvan 23 januari 2014, nr. 12/00631, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Breda (nr. 11/6292) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2006 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. G.J.M.E. de Bont, advocaat te Amsterdam.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2014.