ECLI:NL:HR:2014:2891

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2014
Publicatiedatum
2 oktober 2014
Zaaknummer
13/04295
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatie over verrekening bij overname agrarisch familiebedrijf en uitleg meerwaardeclausule

In deze zaak stond de overname van een agrarisch familiebedrijf centraal, waarbij geschil bestond over de verrekening na een doorverkoop en de uitleg van een meerwaardeclausule in de overeenkomst.

De procedure begon bij de rechtbank Groningen met meerdere vonnissen tussen 2009 en 2011, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in 2012 en 2013 arresten wees die de kern van het geschil behandelden. Tegen deze arresten stelden de eisers cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet vragen om beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof.

De Hoge Raad veroordeelde de eisers tevens in de kosten van het cassatiegeding, waarbij een specificatie van verschotten en salaris werd gegeven. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer G. de Groot en gewezen door de vice-president en raadsheren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

3 oktober 2014
EErste Kamer
nr. 13/04295
EE/LH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. G.R. den Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 110061/HA ZA 09-434 van de rechtbank Groningen van 15 juli 2009, 11 augustus 2010, 22 december 2010 en 8 juni 2011;
b. de arresten in de zaak 200.092.857/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 oktober 2012 en 26 maart 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerder] mede door de advocaat mr. F.M. Dekker.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 11 juli 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.933,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders en M.V. Polak,en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
3 oktober 2014.