Uitspraak
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 21 februari 2014, nr. 13/54 AOW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.
Hoge Raad
Belanghebbende, woonachtig in Marokko, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 februari 2014 inzake een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Het arrest werd gewezen door raadsheer C. Schaap als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2014.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en onvoldoende gegrondheid van de klachten.