Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
11 februari 2014.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 december 2012 in een strafzaak. Namens verdachte heeft mr. T.M.D. Buruma middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsvrouwe schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, RO, en met betrekking tot het eerste middel het arrest HR 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:286, is geen nadere motivering gegeven omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd. Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 11 februari 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.