Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 29 mei 2013, nr. BK‑12/00814, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2008 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. Zowel de Rechtbank als het Hof bevestigden de aanslag, waarbij het Hof oordeelde dat belanghebbende en zijn duurzaam gescheiden levende echtgenote niet als fiscale partners konden worden aangemerkt, waardoor geen toerekening van inkomensbestanddelen plaatsvond.
Belanghebbende stelde dat op grond van het huwelijksgoederenrecht de vermogensbestanddelen voor de helft aan zijn echtgenote toebehoorden, hetgeen niet in de rendementsgrondslag was verwerkt. Dit standpunt werd door het Hof niet behandeld, wat in cassatie tot vernietiging leidde.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.