Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 mei 2013, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Haarlem werd behandeld. De zaak betrof de aan belanghebbende opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2005 en 2006.
De Advocaat-Generaal concludeerde op 22 mei 2014 tot gegrondverklaring van het cassatieberoep, maar de Hoge Raad volgde dit niet en wees het beroep af. De Hoge Raad baseerde zich op een eerder arrest met nummer 13/02758, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest was gehecht.
Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.W.C. Feteris en raadsheren C. Schaap, R.J. Koopman, Th. Groeneveld en J. Wortel, op 10 oktober 2014.