Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Maastricht,
kantoorhoudende te Kerkrade,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
3.Uitgangspunten in cassatie
Als economische waarde is in deze akte het bedrag van € 128.000,-- genoemd ten behoeve van een te berekenen overdrachtsbelasting van € 7.680,--.
Bij notariële akte van 1 oktober heeft Kameleon een hypotheek voor een bedrag van € 350.000,-- in hoofdsom, te vermeerderen met € 140.000,-- renten, boeten en kosten op het studentenhuis verleend aan LF Euregio Büro Center GmbH te Selfkant (Duitsland).
De rechtbank heeft de overige vorderingen afgewezen.
Zij heeft in het geding tussen de curator enerzijds en Krimat en [eiser 1] anderzijds de laatstgenoemden veroordeeld in de kosten en heeft in het geding tussen de curator en Kameleon de kosten gecompenseerd in die zin dat elke partij haar eigen kosten draagt.
De enkele omstandigheid dat [eisers] aan die transacties hebben meegewerkt en/of die transacties hebben bewerkstelligd vanwege een voor hen daarin gelegen voordeel, geeft onvoldoende grond voor de conclusie dat [betrokkene 1] en [eisers] door de verkoop van de panden [eisers] boven andere crediteuren van [betrokkene 1] hebben willen bevoordelen. (rov. 4.2.6)
De curator heeft gesteld dat het bedrog erin heeft bestaan dat [B] heeft voorgewend dat een derde, [betrokkene 3], wilde kopen maar dat van een reële derde geen sprake was en [B] de panden voor zichzelf beoogde te kopen. Door de curator is echter niets, althans onvoldoende gesteld, waaruit kan worden geconcludeerd dat [betrokkene 1] zonder het gestelde bedrog de koopovereenkomsten niet of niet op dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan. Ten aanzien van de stelling van de curator dat de boedel, indien de terugkoop en wederverkoop aan [eisers] niet zou hebben plaatsgevonden, [B] had kunnen aanspreken tot schadevergoeding op grond van een door hem gepleegde onrechtmatige daad (bestaande in de leugenachtige voorstelling van zaken) geldt mutatis mutandis hetzelfde. Het hof deelt in zoverre het oordeel van de rechtbank dat niet is gebleken dat de crediteuren van [betrokkene 1] door het samenstel van de transacties zelf zijn benadeeld. (rov. 4.2.7)
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
- a) [betrokkene 1] heeft overwaarde van de panden moeten prijsgeven bij de – hiervoor in 3.1 onder (vi) en (viii) vermelde – transacties met [betrokkene 3]/[B]. De terugkoop door [betrokkene 1] van de panden met directe doorverkoop aan [eisers] bood voor [betrokkene 1] de mogelijkheid om een gedeelte van die overwaarde terug te krijgen, hetgeen hij zonder tussenkomst van [eisers] niet kon bereiken.
- b) Het voor verhaal vatbare vermogen van [betrokkene 1] was reeds verminderd door de (niet aantastbare) transacties met [betrokkene 3]/[B]. De overeenkomsten met [eiser 1] en Kameleon hebben als zodanig de crediteuren niet benadeeld, aangezien deze overeenkomsten niet los kunnen worden gezien van de terugkoop van de panden van [B], die alleen door tussenkomst van derden – [eiser 1] en Kameleon – kon worden gerealiseerd.
Het partijdebat moet dit toelaten en de rechter dient het beginsel van hoor en wederhoor in acht te nemen. Het oordeel of begroting van de schade aldus mogelijk is, is in beginsel van feitelijke aard en dus overgelaten aan de feitenrechter (zie onder meer HR 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2229, NJ 2010/229 en HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4914, NJ 2012/95).
5.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
Dit is alleen het gedeelte dat aan [betrokkene 1] toekwam. Volgens de verklaring van [betrokkene 1] zou hem 50% van de meeropbrengst toekomen. Het hof heeft overwogen dat [eiser 1] heeft verklaard dat de verkoopopbrengst € 40.000,-- à € 50.000,-- hoger is dan in de akte vermeld (rov. 4.2.5). Mede in het licht hiervan is niet onbegrijpelijk dat het hof geen hoger bedrag dan € 50.000,-- heeft toegekend. Het onderdeel faalt.
6.Beslissing
10 oktober 2014.