ECLI:NL:HR:2014:2949

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2014
Publicatiedatum
13 oktober 2014
Zaaknummer
13/04360
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslag 2005

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 24 juli 2013, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2005 was behandeld.

De Hoge Raad heeft twee middelen van cassatie beoordeeld. Het eerste middel faalde op grond van een eerder arrest (nr. 13/02758), waarvan een geanonimiseerd afschrift was gehecht. Het tweede middel werd eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest werd op 10 oktober 2014 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra en R.J. Koopman.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2005 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

10 oktober 2014
nr. 13/04360
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 24 juli 2013, nr. BK 11/00631, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage (nr. AWB 10/4609), betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

2.1.
Het eerste middel faalt op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 13/02758 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
2.2.
Het tweede middel kan evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu dat dat middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en R.J. Koopman en, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2014.