Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende), betreffende aan belanghebbende opgelegde belastingaanslagen.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen aan hem opgelegde belastingaanslagen. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze betaling is niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw aangeschreven met de vraag om op de niet-tijdige betaling te reageren, maar belanghebbende heeft niet gereageerd. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken op 10 oktober 2014 door raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.