Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
14 oktober 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 23 augustus 2011 te Best meerdere keren met een vuurwapen heeft geschoten op twee politieagenten, met het oogmerk hen van het leven te beroven. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verklaarde de verdachte schuldig aan poging tot moord met voorbedachte raad. Het hof baseerde zich op verklaringen van de politieagenten, getuigen en forensisch bewijs, waaronder patronen en hulzen die met het wapen van de verdachte overeenkwamen.
De verdediging voerde aan dat de verdachte handelde uit noodweer of noodweerexces en dat hij niet als eerste had geschoten. Ook werd betoogd dat er geen sprake was van voorbedachte raad omdat het besluit om te schieten pas in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling was genomen. Het hof verwierp deze verweren en achtte bewezen dat de verdachte zich gedurende enige tijd had kunnen beraden en niet in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling had gehandeld.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte zich gedurende enige tijd had kunnen beraden over het besluit om de politieagenten te doden. Het hof had niet duidelijk gemaakt wat het beraad inhield en dat het beraad uitmondde in het voorgenomen plan. Bovendien had het hof vastgesteld dat het besluit pas na de confrontatie met de politie was genomen. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering voorbedachte raad en wijst zaak terug naar hof voor hernieuwde berechting.