Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
15 oktober 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een poging tot doodslag waarbij de verdachte twee keer met een mes heeft gestoken in de hals van het slachtoffer. Het hof stelde vast dat de eerste steek in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling was gepleegd, maar dat de tweede steek met voorbedachte raad was uitgevoerd, omdat er ongeveer 50 seconden tussen zat en de verdachte tijd had om zich te beraden.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor voorbedachte raad, waarbij vereist is dat de verdachte gelegenheid heeft gehad om na te denken over de betekenis en gevolgen van zijn daad en zich daarvan rekenschap te geven. Dit is moeilijk rechtstreeks te bewijzen en hangt af van de feitelijke omstandigheden en de gelegenheid tot beraad.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, met name met betrekking tot de gelegenheid tot nadenken en de contra-indicaties zoals de korte tijd tussen de steekincidenten. De enkele omstandigheid dat niet is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling is niet voldoende om voorbedachte raad aan te nemen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing over het beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van voorbedachte raad.