Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
11 februari 2014.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1986, stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2012 in een strafzaak. Namens verdachte diende mr. C.F. Korvinus middelen van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die beantwoord moesten worden in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 11 februari 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.