Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Wateringen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
17 oktober 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake het faillissementsrecht en het mogelijke misbruik van bevoegdheid door schuldeisers die een faillissement aanvragen zonder uitzicht op baten.
De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarbij het hof het faillissement heeft beoordeeld. Verzoeker stelde dat sprake was van misbruik van bevoegdheid door de schuldeisers, maar het hof wees dit af.
In cassatie heeft de Hoge Raad het beroep van verzoeker verworpen. De klachten van verzoeker leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen bevatten die beantwoording behoeven in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en sluit het beroep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.