Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch inzake een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2009. Het hof had het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur behandeld en een uitspraak gedaan op 31 januari 2014.
De Hoge Raad ontving het cassatieberoep en beoordeelde de aangevoerde klachten. Deze klachten konden niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd geen nadere motivering gegeven.
De Hoge Raad oordeelde voorts dat er geen aanleiding was om proceskosten toe te wijzen. Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee het oordeel van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 24 oktober 2014.