Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 946.
3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
De Inspecteur is de opvatting toegedaan dat belanghebbende in 2009 tot een bedrag van
€ 41.427 resultaat uit overige werkzaamheden heeft behaald.
Op respectievelijk 14 en 16 augustus 2010 zijn in de kleding van belanghebbende, in zijn auto en in zijn woning verschillende soorten drugs en hulpmiddelen voor het telen van hennep aangetroffen. Na onderzoek heeft de politie geconcludeerd dat er sprake was van beroepsmatige hennepteelt; de aangetroffen kwekerij was professioneel opgezet, er was sprake van kunstlicht met tijdschakelaars voor de plantengroei, er was isolatie aanwezig voor daglicht/temperatuur en er was afzuiging van lucht/geur naar buiten. Om die reden acht de Inspecteur aannemelijk dat belanghebbende in 2009 inkomsten uit de kweek en handel in verdovende middelen heeft gehad. Belanghebbende heeft deze inkomsten niet in zijn aangifte vermeld en heeft daarmee niet de vereiste aangifte gedaan. Dit leidt tot een omkering en verzwaring van de bewijslast. Het is aan belanghebbende om te doen blijken dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar onjuist is.
De Inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraken op bezwaar, handhaving van de aanslag, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.549, doch met vermindering van het op aanslag te betalen bedrag met een bedrag van € 946 vanwege de verhoging van de arbeidskorting, en tot vernietiging van de beschikking heffingsrente.
4.Gronden
Belanghebbende stelt dat de door hem afgelegde verklaring over de verandabouw niet berust op waarheid, omdat hij tijdens het verhoor onder invloed van alcohol en drugs verkeerde. Zijn verklaring over de verandabouw mag hem derhalve niet worden tegengeworpen, aldus belanghebbende.
Het Hof acht het, gezien het voorgaande, aannemelijk dat belanghebbende in 2009 nog een andere bron van inkomsten moet hebben gehad, waaruit een bedrag van ten minste € 37.500 is voortgevloeid en waarvan belanghebbende de herkomst heeft verzwegen.