Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
4 november 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden. De Advocaat-Generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest voor zover het de strafduur betreft, met vermindering van de straf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet tot cassatie kan leiden op de inhoudelijke gronden, maar constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden doordat meer dan twee jaar zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep zonder definitieve uitspraak.
Op grond hiervan vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze van 42 maanden naar 37 maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 4 november 2014.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 42 naar 37 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.