ECLI:NL:PHR:2014:1927

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2014
Publicatiedatum
4 november 2014
Zaaknummer
12/01859
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 2 OpiumwetArt. 6 EVRM
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring XTC-handel en past strafvermindering toe wegens termijnoverschrijding

Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf wegens deelneming aan een criminele organisatie en handel in pillen met MDMA en aanverwante stoffen. Het hof stelde vast dat de pillen MDMA, MDA en/of MDEA bevatten, mede gebaseerd op algemene kennis en getuigenverklaringen.

De verdediging voerde in cassatie aan dat niet bewezen kon worden dat de pillen deze stoffen bevatten. De Hoge Raad verwierp dit middel en oordeelde dat het hof terecht aannam dat de pillen MDMA en chemisch verwante stoffen bevatten, mede gelet op de deskundigheid van betrokkenen en eerdere veroordelingen in gerelateerde zaken.

Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, wat leidt tot strafvermindering. Er werden geen andere gronden voor vernietiging gevonden. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest enkel voor wat betreft de strafduur en liet het overige in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor handel in XTC-pillen en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Conclusie

Nr. 12/01859
Zitting: 9 september 2014
Mr. Vellinga
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens “1. deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, “2. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod”, en “5. medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, door - een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen; een ander trachten te bewegen daarbij behulpzaam te zijn en daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen; - zich en een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen; - voorwerpen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummer 12/01660, 12/01740, 12/01857, 12/01858P, 12/01859, 12/01860 en 12/01861P. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verdachte heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel houdt in dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat, zoals onder 2 is bewezenverklaard, de verkochte pillen MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) bevatten.
5. Het Hof heeft ten laste van verdachte voor zover van belang bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 1 september 2002 tot en met 16 maart 2003 in Nederland opzettelijk heeft verkocht een hoeveelheid pillen, bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.”
6. Het Hof heeft voorts overwogen:
“Met betrekking tot de XTC overweegt het hof voorts nog in het bijzonder dat de werkzame stof in wat gewoonlijk als "XTC" wordt aangeduid MDMA (3,4-methyleendioxy-methamfetamine, volgens
algemeen beschikbare informatie van het Trimbos Instituut) pleegt te zijn en dat uit hetgeen de rechtbank omtrent de handel in XTC heeft overwogen, alsmede uit hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen volgt dat de kans dat de XTC-pillen, waarvan in deze zaak sprake is geen MDMA of ander middel genoemd op lijst I van de Opiumwet bevatten verwaarloosbaar klein is. Bovendien is [getuige 1] in juli 2004 in het onderzoek [...] aangehouden met een grote hoeveelheid XTC-pillen, waarvoor hij ook in Duitsland is veroordeeld. Uit het dossier noch uit het verhandelde terechtzitting is gebleken van aanwijzingen in een andere richting.”
7. De bewijsmiddelen houden inderdaad niet in dat de in de bewijsmiddelen als XTC-pillen aangeduide pillen MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) bevatten. Daar staat tegenover dat het van algemene bekendheid is dat XTC-pillen MDMA bevatten al dan niet in combinatie met chemisch verwante stoffen als MDA en MDEA [1] , dat in feitelijke aanleg niet is betwist dat dat in het onderhavige geval anders zou zijn en het blijkens de gebezigde bewijsmiddelen ging om lucratieve handel, beter dan die in hasjiesj (bewijsmiddel 8). Dat niet is betwist dat de XTC-pillen MDMA c.a. bevatten klemt temeer nu verdachte blijkens de verklaring van de getuige [getuige 1] d.d. 14 februari 2005 (bewijsmiddel 23) over deskundigheid op het gebied van de handel in drugs moet hebben beschikt. Die verklaring houdt immers in dat [betrokkene 2] van verdachte en diens partner in het najaar van 2002 1 miljoen XTC-pillen had ontvangen en beide personen al sinds 10-15 jaar in de drugshandel opereerden. Daar komt nog bij dat - zoals het Hof heeft overwogen - [getuige 1] in juli 2004 in het onderzoek [...] is aangehouden met een grote hoeveelheid XTC-pillen waarvoor hij ook in Duitsland is veroordeeld. Gelet op al die omstandigheden heeft het Hof bewezen kunnen achten dat de onderhavige pillen inderdaad MDMA en/of daarmee chemisch verwante stoffen als MDA en MDEA bevatten.
8. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
9. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Verdachte heeft op 22 maart 2012 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal in deze zaak uitspraak doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM wordt overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.
10. Andere gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de duur van de opgelegde straf. De Hoge Raad kan de hoogte daarvan verminderen naar de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige dient het beroep te worden verworpen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de site van het Trimbos-instituut http://www.trimbos.nl/onderwerpen/alcohol-en-drugs/xtc/xtc-algemeen. In HR 6 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5370, NJ 2003/458 oordeelde de Hoge Raad dat naar van algemene bekendheid is, de in het spraakgebruik als XTC aangeduide drug haar effect, behalve aan MDMA, ook aan andere op genoemde lijst vermelde stoffen kan ontlenen. In het onderhavige geval noemt de bewezenverklaring naast MDMA ook MDA en MDEA.