ECLI:NL:HR:2014:3121

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2014
Publicatiedatum
6 november 2014
Zaaknummer
13/03813
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake douanerechten en omzetbelasting

Belanghebbende had tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem werd behandeld, cassatieberoep ingesteld. De zaak betrof de aanslagen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting die aan belanghebbende waren opgelegd.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het middel inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het geen aanleiding geeft tot het beantwoorden van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is het middel niet ontvankelijk voor verdere behandeling. De Hoge Raad heeft daarom het beroep in cassatie ongegrond verklaard en geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Het arrest is op 7 november 2014 in het openbaar gewezen door de raadsheren Van Vliet (voorzitter), Punt en Koopman, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Cichowski.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.

Uitspraak

7 november 2014
nr. 13/03813
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X1]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 4 juli 2013, nr. 12/01128, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 12/01266) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 2 april 2014 geconcludeerd tot ongegrond verklaren van het beroep in cassatie.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2014.