Uitspraak
wonende te [woonplaats], Duitsland,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beslissing
14 februari 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond de koopovereenkomst van een boerderij centraal waarbij sprake was van non-conformiteit vanwege asbestvervuiling. De eisers stelden dat de verkoper op de hoogte was van de asbestproblematiek, wat aan hem toerekenbaar was.
De rechtbank en het gerechtshof te Leeuwarden hadden reeds geoordeeld over de kwestie, waarbij het hof het oordeel van de rechtbank bevestigde. Het hof oordeelde dat de verkoper aansprakelijk was voor de non-conformiteit, omdat hij kennis had van de asbestvervuiling.
De eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep zonder inhoudelijke motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en veroordeelde de eisers in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer G. de Groot en gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Drion.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.