Uitspraak
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 27 februari 2014, nrs. 10/00138 tot en met 10/00148 en 11/00219 tot en met 11/00221, betreffende verzoeken van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de berechting van zijn zaken. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.