ECLI:NL:HR:2014:3337

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 november 2014
Publicatiedatum
20 november 2014
Zaaknummer
14/03468
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak over aanslagen en heffingsrente

Belanghebbende heeft bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep ingesteld tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2009 tot en met 2011, inclusief beschikkingen over heffingsrente. Na uitspraak van het hof heeft belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld op ontvankelijkheid. Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, oordeelt de Hoge Raad dat belanghebbende onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de uitspraak van het hof in stand blijft en het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld.

Het arrest is uitgesproken door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld op 21 november 2014 in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Libari.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan kans op succes.

Uitspraak

21 november 2014
Nr. 14/03468
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 1 juli 2014, nrs. 13/01147, 13/01148 en 13/01149, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2009 tot en met 2011 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Libari, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2014.