ECLI:NL:HR:2014:3457

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 november 2014
Publicatiedatum
27 november 2014
Zaaknummer
13/05866
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling vertegenwoordiging koper namens commanditaire vennootschap in cassatie

In deze zaak stond centraal of de koper handelde voor zichzelf of namens een commanditaire vennootschap, hetgeen gevolgen had voor de vertegenwoordiging en de rechtspositie van partijen. De curatoren stelden zich op het standpunt dat de koper niet voor zichzelf, maar voor de commanditaire vennootschap handelde.

De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 13 augustus 2013 een arrest wees. Tegen dit arrest stelden de curatoren beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de curatoren verworpen. De klachten van de curatoren werden niet ontvankelijk geacht om cassatie te leiden, mede omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De curatoren werden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curatoren wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

28 november 2014
Eerste Kamer
13/05866
LH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. Jaap Anne VAN DER MEER,
wonende te Best,
2. Geurt TE BIESEBEEK,
wonende te Budel,
3. Pieter Rudolf DEKKER,
wonende te Rosmalen,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. A.C. van Schaick,
t e g e n
De rechtspersoon naar Duits recht EASY LIFE GERMANY GMBH & CO.KG,
gevestigd te Herzogenrath, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curatoren en ELGV.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 192957 / HA ZA 09-1081 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 19 augustus 2009, 8 februari 2012 en 7 maart 2012;
b. het arrest in de zaak 200.108.193/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 augustus 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben de curatoren beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen ELGV is verstek verleend.
De zaak is voor de curatoren toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curatoren heeft bij brief van 10 oktober 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curatoren in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ELG begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
28 november 2014.