Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Ik heb tegen [betrokkene 4] gezegd dat er een hoop werk aan gaat komen en dat als het faillissement van BFFl rond komt, ik niet van plan ben om mijn rekeningen naar een failliete vennootschap te sturen. Ik ga ervan uit dat jij mijn rekeningen zal betalen als BFFl dat niet doet. Toen zei [betrokkene 4] dat het in orde komt en ik mij geen zorgen moet maken.'
Dezelfde dag hebben wij [betrokkene 4] (die ernstig tegenstribbelde) meegenomen naar het kantoor van [betrokkene 3] , waar deze [betrokkene 4] aansprak op het uitblijven van de toegezegde betalingen en dat hij betaling door [betrokkene 4] verlangde op grond van gemaakte afspraken. Daarbij verwees hij naar door hem met [betrokkene 4] gevoerde correspondentie. Daarop zei [betrokkene 4] dat deze mails nog op de stapel van te beantwoorden mails lagen en dat hij daar snel op zou terugkomen. Hij heeft tijdens die bespreking op geen enkel moment ontkend dat hij zou instaan voor de betaling van de door [betrokkene 3] verrichte werkzaamheden of dat hij het met de hoogte van de tussentijdse opgaven en specificaties niet eens zou zijn geweest.
[betrokkene 4] zei mij dat hij [betrokkene 3] had toegezegd dat hij zou instaan voor de betaling van de declaraties, maar dat hij dat nooit schriftelijk had bevestigd en die afspraak dus niet te bewijzen was. (...)
onderdelen 2.1 t/m 2.4gaan uit van de vaststelling in rov. 3.2 dat [betrokkene 4] (indirect) bestuurder van Unisphere is. In die hoedanigheid is [betrokkene 4] blijkens art. 2:130 lid 1 BW Pro zonder meer vertegenwoordigingsbevoegd, zodat het hof in rov. 3.8 een verkeerde maatstaf hanteert, aldus samengevat de rechtsklachten van de
onderdelen 2.1 en 2.2. De
onderdelen 2.3 en 2.4bevatten hierop voortbouwende motiveringsklachten.
onderdelen 3.1 t/m 3.3gaan uit van de veronderstelling dat het hof heeft geoordeeld dat [betrokkene 4] niet heeft gehandeld als bestuurder van Unisphere, maar voor zichzelf of namens Unisphere Capital N.V. Volgens de
onderdelen 3.1 t/m 3.3heeft het hof in dat geval de toepasselijke maatstaf miskend, kort gezegd, dat het aankomt op hetgeen [betrokkene 4] en [betrokkene 3] daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en hebben mogen afleiden. Althans heeft het hof zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd door niet in te gaan op de in de onderdelen 3.2.1 t/m 3.2.6 bedoelde vaststaande omstandigheden dan wel stellingen van [eiseres] .
onderdelen 2.1 t/m 2.4stellen de vraag aan de orde of [betrokkene 4] bevoegd was om namens Unisphere te handelen en, zo neen, of [eiseres] er gerechtvaardigd op heeft vertrouwd en mogen vertrouwen dat [betrokkene 4] namens Unisphere kon handelen.
onderdelen 3.1 t/m 3.3stellen de vraag aan de orde of [betrokkene 4] namens Unisphere heeft gehandeld en, zo neen, of [eiseres] er gerechtvaardigd op heeft vertrouwd en mogen vertrouwen dat [betrokkene 4] namens Unisphere heeft gehandeld. Deze vraag moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaf van het Kribbenbijter-arrest. [11] Op grond van deze maatstaf is voor de vraag of iemand in eigen naam – dan wel, toegespitst op het onderhavige geval: in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van een vennootschap − is opgetreden bepalend wat partijen daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Het gaat dus om de in de art. 3:33 en Pro 3:35 BW verwoorde wilsvertrouwensleer, toegespitst op het vraagstuk of een partij voor zichzelf dan wel namens een ander optreedt.
[emailadres](zie de subonderdelen 3.2.2, 3.2.4 en 3.2.6). Het hof heeft deze stellingen niet alle kenbaar in zijn oordeel betrokken en voor zover het hof deze stellingen in rov. 3.8 heeft behandeld, is onduidelijk of het dat heeft gedaan in het licht van de Kribbenbijter-maatstaf.
onderdelen 3.1 t/m 3.3terecht erover klagen dat het hof hetzij de Kribbenbijter-maatstaf heeft miskend, hetzij zijn oordeel in het licht van de voor die maatstaf relevante stellingen onvoldoende heeft gemotiveerd.
onderdelen 2.1 en 2.2naar mijn mening terecht dat dit oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Voor zover het hof wel is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting, klaagt
onderdeel 2.3terecht dat zijn oordeel, zonder nadere motivering, die ontbreekt, onvoldoende begrijpelijk is gemotiveerd in het licht van de vaststelling in rov. 3.2.
onderdeel 2.4echter. Het enkele gegeven dat [betrokkene 4] als bestuurder van Unisphere vertegenwoordigingsbevoegd was, brengt als zodanig niet mee dat hij in die hoedanigheid, en dus namens Unisphere, heeft gehandeld. [16]
subonderdelen 4.1 t/m 4.3veronderstellen dat het hof in rov. 3.8, eerste twee volzinnen, heeft geoordeeld dat [eiseres] niet mocht vertrouwen op het bestaan van borgstellingsafspraken.