Uitspraak
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
28 november 2014.
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin het hof zijn vordering inzake onrechtmatige daad en schade door bouwwerkzaamheden op een naburig perceel heeft afgewezen.
De procedure omvatte een kort geding en meerdere arresten van het hof. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten voor het feitencomplex en de procesgang. De advocaat-generaal adviseert tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, die nihil worden begroot aan de zijde van de gemeente en medeverweerders.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt in de kosten veroordeeld.