ECLI:NL:HR:2014:35

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 januari 2014
Publicatiedatum
7 januari 2014
Zaaknummer
12/05995
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437, tweede lid, Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding cassatie

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. Echter zijn er geen middelen van cassatie tijdig ingediend door een raadsman binnen de wettelijke termijn zoals voorgeschreven in artikel 437, tweede lid, Sv. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De Hoge Raad heeft dit standpunt gevolgd en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het niet naleven van de formele indieningstermijn.

De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 7 januari 2014, waarbij de voorzitter en raadsheren unaniem deze beslissing namen.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen door een raadsman.

Uitspraak

7 januari 2014
Strafkamer
nr. 12/05995
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 25 september 2012, nummer 21/002389-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 januari 2014.