ECLI:NL:PHR:2013:2122
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
Het Gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, met een taakstraf van 240 uur of subsidiair 120 dagen hechtenis. Tegen dit arrest heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld door zijn raadsman.
De aanzegging van het cassatieberoep werd op 20 februari 2013 betekend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend. Deze schriftuur is echter niet binnen de gestelde termijn ontvangen door de Hoge Raad.
Daarom verklaart de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het niet naleven van de procesrechtelijke termijn.
De conclusie tot niet-ontvankelijkverklaring is uitgebracht door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad. De zaak hangt samen met meerdere andere zaken waarin eveneens conclusies zijn gegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.