ECLI:NL:PHR:2013:2122

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 oktober 2013
Publicatiedatum
20 december 2013
Zaaknummer
12/05995
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie

Het Gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, met een taakstraf van 240 uur of subsidiair 120 dagen hechtenis. Tegen dit arrest heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld door zijn raadsman.

De aanzegging van het cassatieberoep werd op 20 februari 2013 betekend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend. Deze schriftuur is echter niet binnen de gestelde termijn ontvangen door de Hoge Raad.

Daarom verklaart de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het niet naleven van de procesrechtelijke termijn.

De conclusie tot niet-ontvankelijkverklaring is uitgebracht door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad. De zaak hangt samen met meerdere andere zaken waarin eveneens conclusies zijn gegeven.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 12/05995
Zitting: 29 oktober 2013
Mr. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 25 september 2012 verdachte wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen zoals vermeld in het arrest.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken 12/03864, 12/03868, 12/03937, 12/04754, 12/04755, 12/04782, 13/00013 en 13/00014, waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. H.S.K. Jap A Joe, advocaat te Utrecht, op 9 oktober 2012 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 20 februari 2013 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG