Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Mastenbroek,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
5 december 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond een beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 juli 2014, waarin een faillietverklaring werd bevestigd. De verzoeker, handelend onder de naam [A], had het cassatieberoep ingesteld tegen 3-in-1 Dienstverlening B.V., die niet in cassatie was verschenen.
De kern van het geschil betrof de summierlijkheid van de opeisbare vordering en de vraag of sprake was van misbruik van recht op grond van artikel 3:13 BW Pro. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken en concludeert dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad volgde. Het arrest werd op 5 december 2014 gewezen door de raadsheren, en het beroep werd verworpen zonder nadere motivering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.