ECLI:NL:HR:2014:3521

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 december 2014
Publicatiedatum
4 december 2014
Zaaknummer
13/02323
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 145 RvCArt. 280 RvC
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in ontruimingszaak op Curaçao wegens gebrek aan rechtsvragen

In deze zaak stond een vordering tot ontruiming jegens de koper van een op huurgrond gebouwd huisje centraal. Het geschil betrof ook de vraag of de huurder van de grond onrechtmatig had gehandeld. De procedure doorliep het gerecht in eerste aanleg van Curaçao en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, waarna cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van het gerecht en het hof en stelt vast dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot beantwoording van relevante rechtsvragen. Daarom is geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Het cassatieberoep wordt verworpen en de verzoekster wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens het ontbreken van relevante rechtsvragen.

Uitspraak

5 december 2014
Eerste Kamer
nr. 13/02323
LH/JG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende op Curaçao,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
t e g e n
[verweerder],
wonende op Curaçao,
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak AR 2010/208 (43849) van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 18 april 2011,
b. het vonnis in de zaak AR 43849-H 304/11 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 29 mei 2012 en 12 februari 2013.
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof van 12 februari 2013 heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor [verzoekster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 380,34 aan verschotten en € 1.100,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
5 december 2014.