Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
9 december 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor bedreiging van een persoon met een misdrijf tegen het leven gericht.
Het hof baseerde de bewezenverklaring op de aangifte van het slachtoffer en de ondersteunende verklaring van haar moeder, die getuige was van de reactie van het slachtoffer tijdens het telefoongesprek met verdachte. De verdediging stelde dat het bewijs onvoldoende was omdat het uitsluitend steunde op één getuige, wat volgens art. 342 lid 2 Sv Pro niet is toegestaan.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat het bewijs niet uitsluitend mag steunen op één getuige tenzij er voldoende steunbewijs is. Het hof heeft gemotiveerd waarom de verklaring van de moeder voldoende steun biedt aan de verklaring van het slachtoffer. De Hoge Raad oordeelt dat hiermee aan het bewijsminimum is voldaan en verwerpt het middel.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hofarrest dat bedreiging bewezen achtte wordt bekrachtigd.