ECLI:NL:HR:2014:3664

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2014
Publicatiedatum
18 december 2014
Zaaknummer
14/04667
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 350 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tussentijdse beëindiging WSNP op grond van artikel 350 lid 3 Fw

In deze zaak stonden verzoekers c.s. in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch betreffende de tussentijdse beëindiging van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) op grond van artikel 350 lid Pro 3, onder c en e, van de Faillissementswet (Fw).

De feiten en eerdere beslissingen zijn vastgelegd in vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant en het arrest van het hof, waarop de Hoge Raad zich baseert. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop verzoekers c.s. reageerden.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand. Het arrest werd gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, Drion, Polak en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

19 december 2014
Eerste Kamer
nr. 14/04667
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],
2. [verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaken met het insolventienummers R 12/43 en R 12/44 van de rechtbank Oost-Brabant van 16 mei 2014;
b. het arrest in de zaak 200.149.750/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 september 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 13 november 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
19 december 2014.