Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
16 december 2014.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Namens verdachte diende een raadsman een cassatieschriftuur in per fax in, maar het originele exemplaar werd niet nagezonden zoals vereist volgens het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2013.
De Hoge Raad stelde vast dat ondanks een schriftelijke gelegenheid om het verzuim te herstellen, geen gebruik is gemaakt van deze mogelijkheid. Tevens kon niet worden vastgesteld dat de handtekening op de faxschriftuur overeenkwam met de originele handtekening van de raadsman.
Op grond hiervan concludeerde de Advocaat-Generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde verdachte niet-ontvankelijk, omdat niet voldaan was aan de vereisten van art. 437, tweede lid, Sv en het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2013.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van het originele cassatieschriftuur.