Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
23 september 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. Namens verdachte heeft mr. G. Spong een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het beroep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op basis van artikel 80a RO en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en onvoldoende gegrondheid van de klachten.