Uitspraak
,nummer RK 12/1194
,op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de rechtbank het klaagschrift van klager ongegrond verklaard voor zover het betrekking had op de inbeslagneming van digitale bestanden onder een specifiek matternummer. De rechtbank oordeelde dat klager geen beroep kon doen op het verschoningsrecht omdat de stukken waren gevoegd in een dossier onder een ander matternummer zonder advocaat als verantwoordelijke.
De Hoge Raad stelt dat dit oordeel een onjuiste rechtsopvatting bevat. Het verschoningsrecht kan niet worden uitgesloten door het samenvoegen van stukken in een dossier onder verantwoordelijkheid van een niet-verschoningsgerechtigde. Daarom vernietigt de Hoge Raad het deel van de beschikking dat het klaagschrift ongegrond verklaarde en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbehandeling.
De Hoge Raad verklaart klager ontvankelijk voor het beroep tegen dit deel van de beschikking en niet-ontvankelijk voor het overige. De overige klachten worden verworpen. Hiermee wordt het belang van het verschoningsrecht bij beslag op digitale bestanden in fiscale dossiers benadrukt en wordt de procedure voor toetsing van dat recht verduidelijkt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de beschikking dat het klaagschrift ongegrond verklaarde en verwijst de zaak terug voor herbehandeling.