Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
7 januari 2014.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, maar stelde geen middelen van cassatie tijdig voor. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moest worden vanwege het niet naleven van de wettelijke termijn voor het indienen van middelen van cassatie door een raadsman.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet was nageleefd. Hierdoor kon de verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het cassatieberoep.
De Hoge Raad besloot daarom de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het beroep. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 7 januari 2014.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.