ECLI:NL:PHR:2013:2100
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, met een werkstraf van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis.
Verdachte stelde beroep in cassatie in, waarbij de aanzegging conform art. 435 Sv Pro op 28 februari 2013 werd betekend. Volgens art. 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na deze aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie worden ingediend.
Binnen deze termijn zijn echter geen middelen ingediend, waardoor de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk verklaart in het cassatieberoep. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het niet naleven van de procesrechtelijke termijn.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.