ECLI:NL:PHR:2013:2100

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 oktober 2013
Publicatiedatum
20 december 2013
Zaaknummer
12/03864
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie

Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, met een werkstraf van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis.

Verdachte stelde beroep in cassatie in, waarbij de aanzegging conform art. 435 Sv Pro op 28 februari 2013 werd betekend. Volgens art. 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na deze aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie worden ingediend.

Binnen deze termijn zijn echter geen middelen ingediend, waardoor de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk verklaart in het cassatieberoep. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het niet naleven van de procesrechtelijke termijn.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 12/03864
Zitting: 29 oktober 2013
Mr. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 17 juli 2012 verdachte wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen” veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken 12/03868, 12/03937, 12/04754, 12/04755, 12/04782, 12/05995, 13/00013 en 13/00014, waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, op 23 juli 2012 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 28 februari 2013 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG