Deze zaak betreft de uitleg van een overeenkomst inzake rechtsbijstandverzekering, met name de vraag of een verzekerde het recht heeft om een externe advocaat te kiezen zonder dat dit afhankelijk is van een besluit van de verzekeraar. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten, waaronder het arrest van 28 september 2012 en het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van 7 november 2013, waarin het recht op vrije keuze van een rechtshulpverlener centraal stond.
De Hoge Raad stelt vast dat de richtlijn 87/344/EEG zich verzet tegen bedingen die de vergoeding van rechtsbijstand afhankelijk maken van een beslissing van de verzekeraar over het inschakelen van een externe rechtshulpverlener. Dit geldt ook als procesvertegenwoordiging niet verplicht is. De verzekeraar kan dus niet bepalen dat alleen bij uitbesteding aan een externe partij kosten worden vergoed.
Omdat DAS reeds instemde met een procedure voor de kantonrechter, had het hof de vordering van eiser moeten toewijzen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling, mede omdat door tijdsverloop delen van de vordering mogelijk hun belang hebben verloren. Tevens veroordeelt de Hoge Raad DAS in de kosten van het cassatiegeding.