Uitspraak
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak op verzet van de
Rechtbank Gelderlandvan 25 juli 2013, nr. AWB 13/817.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak op verzet van de rechtbank Gelderland. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief kon niet worden bezorgd en werd later per gewone post verzonden.
Het griffierecht is niet voldaan binnen de gestelde termijn. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was betaald, maar de aangevoerde redenen werden niet als gegrond beoordeeld. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2014.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.