Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
16 december 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen verdachte heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een vonnis gewezen dat door verdachte in cassatie is aangevochten. Het middel in cassatie klaagt terecht dat het Hof in strijd met artikel 353, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering BES, het recht op het laatste woord aan verdachte niet heeft gelaten.
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat verdachte dit recht is verleend, hetgeen een schending van een op straffe van nietigheid voorgeschreven procesrechtelijke waarborg inhoudt. De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal dat deze schending leidt tot vernietiging van het bestreden arrest.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie om de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen. De overige middelen behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door raadsheren J. de Hullu (voorzitter), N. Jörg en Y. Buruma.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens het niet verlenen van het recht op het laatste woord aan verdachte.