Conclusie
eerstemiddel klaagt dat aan de verdachte ten onrechte niet de gelegenheid is gegeven het laatst te spreken. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep zou niet blijken dat aan de verdachte, nadat zijn raadsman zich had uitgelaten over hetgeen door de advocaat-generaal bij repliek naar voren was gebracht, het recht is gelaten het (aller)laatste te spreken.
tweedemiddel klaagt, kort gezegd, over de onderbouwing van de bewezenverklaring van voorbedachte raad.
10.
12.
Verdachte
17..
(BFK: oktober)2012, vertrekken verdachte en [getuige 6] naar [getuige 7] . Daar arriveren ze aan het begin van de middag. Verdachte huilt en vertelt dat hij ruzie heeft gehad met [slachtoffer] en dat hij haar gestoken heeft. Verdachte, [getuige 6] en [getuige 7] vertrekken vervolgens naar [getuige 8] , een andere halfzus van verdachte, tevens (half)zus van [getuige 6] en [getuige 7] . Ook daar zegt verdachte dat hij zijn vrouw heeft gestoken, in haar buik en in haar nek. In de avond van 25 augustus 2012 brengen de zussen verdachte naar getuige [getuige 9] , een ex-vriendin van verdachte. Verdachte wordt daar aangehouden.
‘Doe maar open, ik doe je niets’, maar vervolgens bij binnenkomst echter onmiddellijk op haar is afgegaan en direct begonnen is met haar te steken.
NJ2014/343.
derdemiddel klaagt dat het hof niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van het namens de verdachte naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verklaring van taxichauffeur [getuige 1] niet voor het bewijs kan worden gebruikt gelet op de daarin genoemde tijdstippen, de locatie en het tijdstip van aanstralen van de aan de verdachte toegeschreven telefoon alsmede diverse getuigenverklaringen die inhouden dat de verdachte zich op dat moment op een andere plaats bevond.
vierdemiddel klaagt dat het hof het vonnis ten onrechte heeft bevestigd en enkel voor zover het de beslissingen ten aanzien van de oplegging van de gevangenisstraf en de vordering tot tenuitvoerlegging heeft vernietigd. In ieder geval zou het kennelijke oordeel van het hof dat het deels bevestigen en deels vernietigen van de strafoplegging met verbetering van de strafmotivering tot de mogelijkheden behoort van een onjuiste rechtsopvatting getuigen, althans zou zonder nadere motivering niet begrijpelijk zijn dat het hof heeft geoordeeld het vonnis op deze wijze te kunnen bevestigen.
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.
NJ2011/294 m.nt. Mevis af dat het niet mogelijk is om de straftoemeting deels te bevestigen en deels te vernietigen. Naar het mij voorkomt biedt de tekst van de genoemde wetsbepaling voor die stelling geen steun. Uit het betreffende artikellid volgt dat het hof het vonnis hetzij geheel kan bevestigen, hetzij gedeeltelijk kan bevestigen en gedeeltelijk vernietigen, hetzij geheel vernietigen. Over de beslissingen die zich bij het deels bevestigen en deels vernietigen voor bevestiging lenen geeft het eerste lid van art. 423 Sv Pro geen informatie.
vernietigingvan het vonnis bepaalde gedeelten daarvan in zijn arrest
over te nemen, voor zoover deze niet aan nietigheid lijden’. [24]
NJ2011/294 m.nt. Mevis overwegingen geformuleerd die tot op zekere hoogte bij deze benadering aansluiten. Uw Raad overwoog dat een vonnis dient te worden vernietigd ‘indien en voor zover het hof zich niet kan verenigen met door de eerste rechter op de voet van art. 358 in Pro verbinding met de art. 348 en Pro 350 Sv genomen beslissingen’. Dat laat -net als de memorie van toelichting- de mogelijkheid open dat een beslissing die op een vernietigde beslissing voortbouwt wordt bevestigd. [28] Uw Raad relativeerde voorts het uitgangspunt ‘dat bevestiging van een vonnis slechts mogelijk is indien het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg is gevoerd met inachtneming van alle daarvoor geldende procedureregels’. Vormverzuimen begaan gedurende de behandeling in eerste aanleg zijn doorgaans door de behandeling in appel hersteld en behoeven ingeval cassatieberoep is ingesteld veelal niet tot cassatie te leiden omdat daarover hetzij bij de behandeling van de zaak in hoger beroep hetzij in cassatie niet is geklaagd dan wel de betrokkene niet in een rechtens te respecteren belang is geschaad. [29] Nadien heeft Uw Raad onder meer een arrest gewezen waaruit kan worden afgeleid dat een vonnis waarin ten onrechte met een opgave van bewijsmiddelen was volstaan had mogen worden bevestigd met aanvulling van de gronden. [30] Uit een ander arrest kan worden afgeleid dat Uw Raad het zelfs mogelijk acht een stempelvonnis met aanvulling van gronden te bevestigen. [31]
NJ1950/672. De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een geldboete van fl. 600,- met twee maanden vervangende hechtenis en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. Het hof vernietigde het vonnis ten aanzien van de opgelegde geldboete en vervangende hechtenis en veroordeelde de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde en gekwalificeerde misdrijf tot een geldboete van fl. 200,- met een maand vervangende hechtenis. De Hoge Raad oordeelde dat hiermee een ‘tot misverstand aanleiding gevende en niet ondubbelzinnig voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing’ was gegeven. Door deze onduidelijke ‘oplegging van straf of maatregel’ waren de artikelen 359 en 358 jo art. 350 Sv Pro niet nageleefd. [33]