Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende aanslagen inkomstenbelasting en heffingsrente voor de jaren 2006 tot en met 2009.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks dat de brief is ontvangen, is het griffierecht niet voldaan. Vervolgens is belanghebbende opnieuw aangeschreven om op de niet-betaling te reageren, maar er is geen reactie ontvangen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie derhalve niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld op 28 februari 2014.