Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
4 maart 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 12 maart 2012. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, welke zijn beoordeeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk is, aangezien de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, waarbij Mr. Groos niet in staat was het arrest te ondertekenen. De uitspraak vond plaats op 4 maart 2014 tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.