Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf wegens meermalen gepleegde mensenhandel door meerdere verenigde personen en deelneming aan een criminele organisatie. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. Verdachte stelde in cassatie meerdere middelen aan de orde, waaronder bewijsuitsluiting van verklaringen die met behulp van een verhoorprotocol waren verkregen, het horen van een getuige-deskundige en de toepassing van het meerderjarigenstrafrecht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom het niet tot bewijsuitsluiting is gekomen, ondanks tekortkomingen in de toepassing van het verhoorprotocol. Het hof heeft per slachtoffer onderzocht welke verklaringen betrouwbaar zijn en welke niet, waarbij met name verklaringen over voodoorituelen niet als betrouwbaar werden beschouwd. Het hof heeft ook terecht het meerderjarigenstrafrecht toegepast, gelet op de ernst van de feiten, de leeftijd van verdachte tijdens de bewezenverklaarde feiten en zijn huidige leeftijd.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt het arrest van het hof. De strafrechtelijke beoordeling en de bewijswaardering zijn volgens de Hoge Raad toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. De verzoeken tot het horen van een getuige-deskundige zijn niet door de verdediging gedaan, zodat het hof niet hoefde te beslissen over die verzoeken.