ECLI:NL:HR:2014:48

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 januari 2014
Publicatiedatum
9 januari 2014
Zaaknummer
13/03410
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn

Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld inzake een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2008. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit de processtukken bleek dat het beroepschrift niet binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken was ingediend; de termijn eindigde op 26 juni 2013, terwijl het beroepschrift pas op 12 juli 2013 werd ontvangen.

De Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na dagtekening van die brief te verklaren waarom de beroepstermijn was overschreden. Deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna een adresverificatie plaatsvond en de brief per gewone post werd verzonden. De termijn voor reactie eindigde op 13 augustus 2013, maar belanghebbende heeft geen tijdig gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Een brief die op 4 oktober 2013 werd ingediend, werd als te laat beschouwd.

Gelet op deze feiten oordeelt de Hoge Raad dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is op 10 januari 2014 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Schaap, van Loon en Groeneveld.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

10 januari 2014
Nr. 13/03410
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 15 mei 2013, nr. BK-12/00205, betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Blijkens een door de griffier van het Hof op de uitspraak van het Hof gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 15 mei 2013.
Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 12 juli 2013 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 26 juni 2013. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 16 juli 2013 in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de dagtekening van deze brief mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en de brief per gewone post is verzonden naar het adres van belanghebbende. De in die brief gestelde termijn eindigde op 13 augustus 2013. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid niet tijdig gebruik gemaakt. De op 4 oktober 2013 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten.
Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2014.