Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 15 mei 2013, nr. BK-12/00205, betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld inzake een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2008. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit de processtukken bleek dat het beroepschrift niet binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken was ingediend; de termijn eindigde op 26 juni 2013, terwijl het beroepschrift pas op 12 juli 2013 werd ontvangen.
De Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na dagtekening van die brief te verklaren waarom de beroepstermijn was overschreden. Deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna een adresverificatie plaatsvond en de brief per gewone post werd verzonden. De termijn voor reactie eindigde op 13 augustus 2013, maar belanghebbende heeft geen tijdig gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Een brief die op 4 oktober 2013 werd ingediend, werd als te laat beschouwd.
Gelet op deze feiten oordeelt de Hoge Raad dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is op 10 januari 2014 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Schaap, van Loon en Groeneveld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.