ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2655
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek kosten levensonderhoud voor studerende dochter in 2008
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2008 vanwege aftrek van kosten van levensonderhoud voor zijn dochter en zoon. De Inspecteur wees een deel van deze aftrek toe, maar niet voor de eerste drie kwartalen van 2008 voor de dochter, omdat zij recht had op studiefinanciering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de dochter tot 31 juli 2008 studiefinanciering ontving, waardoor aftrek in die periode niet mogelijk was. Belanghebbende stelde dat de dochter haar studie eind 2007 had beëindigd en geen recht meer had op studiefinanciering, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het Hof bevestigde dit oordeel en wees erop dat de studiefinanciering afhankelijk is van inschrijving bij een onderwijsinstelling en dat de dochter tot 31 juli 2008 ingeschreven stond. Ook werd het hoorrecht van belanghebbende niet geschonden geacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende geen aftrek wegens kosten van levensonderhoud voor zijn dochter kan claimen voor de eerste drie kwartalen van 2008 vanwege haar recht op studiefinanciering.