Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
4 maart 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 4 september 2012. Namens de verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd dat het beroep verworpen moet worden.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep van de verdachte verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 4 maart 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.