ECLI:NL:HR:2014:489

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2014
Publicatiedatum
6 maart 2014
Zaaknummer
13/00122
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 Wet op belastingen van rechtsverkeerArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in overdrachtsbelastingzaak

Belanghebbenden hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hof hun hoger beroep tegen naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting had afgewezen. De naheffingsaanslagen waren opgelegd naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 19 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbenden beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbenden op te leggen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

7 maart 2014
Nr. 13/00122
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X 1]te
[Z], [X 2]te
[Z]en
[X 3]te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 22 november 2012, nrs. 11/00561 t/m 11/00564, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 10/3269, 10/3270, 10/3271 en 10/3272) betreffende een door [X 1] ingediend verzoek als bedoeld in artikel 19 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer en aan [X 2] en [X 3] opgelegde naheffingsaanslagen in de overdrachtsbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2014.