ECLI:NL:HR:2014:526

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 maart 2014
Publicatiedatum
11 maart 2014
Zaaknummer
13/02012
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Op 11 maart 2014 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 maart 2013. Het beroep was ingesteld door verdachte en werd in cassatie behandeld onder nummer 13/02012.

Namens verdachte trad mr. C.C. Polat op als advocaat. De Advocaat-Generaal G. Knigge concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, met raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, en uitgesproken in openbare terechtzitting. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt het cassatieberoep afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

11 maart 2014
Strafkamer
nr. S 13/02012
KD/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 29 maart 2013, nummer 21/004550-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 maart 2014.