Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van opzetheling en meermalen gepleegd witwassen van een Volvo XC70 en een Ford Focus. Verdachte stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte geen bijzondere redenen had gegeven voor het afwijken van zijn uitdrukkelijk onderbouwde standpunten over de herkenning van de Volvo en over het witwassen van de voertuigen.
De verdediging voerde aan dat het niet onomstotelijk vaststond dat verdachte de gestolen Volvo bestuurde, mede vanwege onduidelijkheid over de kleur en het type auto. Het Hof motiveerde echter dat het aannemelijk was dat de auto die verdachte bestuurde de gestolen Volvo was, mede door herkenning van een kinderzitje en een deken die in de garagebox van medeverdachte waren aangetroffen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof voldoende motivering had gegeven en dat het middel faalde.
Ten aanzien van het witwassen stelde de verdediging dat onvoldoende was aangetoond dat de Ford Focus afkomstig was uit een misdrijf, mede gezien de schulden van verdachte en een aannemelijke verklaring voor de herkomst van het geld. Het Hof oordeelde dat gezien het gebrek aan legale inkomsten en de waarde van de auto het niet anders kon zijn dan dat de auto uit een misdrijf afkomstig was. De Hoge Raad vond dat het middel geen gegronde motiveringsklacht bevatte en verwierp ook dit middel.
De Hoge Raad concludeerde dat de middelen falen en verwierp het cassatieberoep. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het arrest. De uitspraak bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van opzetheling en witwassen van de genoemde voertuigen.