ECLI:NL:HR:2014:583

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 maart 2014
Publicatiedatum
13 maart 2014
Zaaknummer
13/03833
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake omzetbelasting

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem werd behandeld. De zaak betrof de door belanghebbende over het tijdvak januari 2008 op aangifte voldane omzetbelasting.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar deze niet ontvankelijk verklaard voor cassatie, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hierdoor was geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2014 door de vice-president Overgaauw en raadsheren Van Vliet en Punt.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

14 maart 2014
Nr. 13/03833
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 28 juni 2013, nr. BK-12/00889, na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 30 november 2012, nr. 11/02842, ECLI:NL:HR:2012:BY4604, BNB 2013/45, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. 08/007972) betreffende de door belanghebbende over het tijdvak januari 2008 op aangifte voldane omzetbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2014.