ECLI:NL:HR:2012:BY4604
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over omzetbelasting bij terbeschikkingstelling werkkamers aan prostituees
Belanghebbende stelde in verschillende panden werkkamers ter beschikking aan prostituees en betaalde hierover omzetbelasting. Na afwijzing van bezwaar door de inspecteur en een ongegrondverklaring door de rechtbank, verklaarde het hof het beroep gegrond en kwalificeerde de prestatie als verhuur van onroerend goed, waardoor de omzetbelasting niet verschuldigd zou zijn.
De Hoge Raad stelt vast dat volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie de vrijstellingen in de BTW-richtlijn strikt moeten worden uitgelegd. Verhuur van onroerend goed is een passieve activiteit waarbij de huurder het goed als eigenaar gebruikt, zonder dat bijkomende diensten een wezenlijke toegevoegde waarde hebben.
In dit geval oordeelt de Hoge Raad dat de aanvullende diensten en voorzieningen die belanghebbende aan de prostituees verleent, zoals inrichting, toezicht en serviceverlening, niet als bijkomstig kunnen worden beschouwd. De prestatie is gericht op het scheppen van een omgeving voor het uitoefenen van het beroep, en kan daarom niet worden aangemerkt als louter verhuur.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere behandeling met inachtneming van het arrest.